Vandaag heb ik op de NOT 2011 een presentatie gehouden over de ‘didactische meerwaarde van de ELO in het Primair Onderwijs‘. De presentatie ging prima, de opkomst was echter magertjes en dit staat in contract met een eerder bericht van mij dat ik juist merk dat er een stijgende aandacht is vanuit de basisscholen voor Moodle.
Maar goed, het is altijd leuk om te doen en met een klein groepje heb je wel weer de kans om meer interactief bezig te zijn en is er meer ruimte voor ieders vragen.
En we hebben Slideshare, zodat iedereen die geïnteresseerd is, nog mijn dia’s kan bekijken.
Vorige week vrijdag heb ik weer een workshop ‘ELO in het PO’ mogen verzorgen, deze keer in Weert. De inhoud was niet anders dan andere keren, alleen deze keer had ik de opdracht toegevoegd om een top 3 van voordelen van de ELO samen te stellen. Elk groepje heeft haar bijdrage in een wiki gezet en hieruit is een top ‘veel’ van meerwaarde ontstaan.
In willekeurige volgorde is dit de top ‘veel’:
beveiligde omgeving
groot beroep op zelfstandigheid leerlingen
verwerking van toetsen is gemakkelijk voor leerkracht
handig voor motorisch zwakke leerlingen
vergroot ouderbetrokkenheid
gemakkelijk in te zetten voor huiswerk en extra instructie
kinderen kunnen zelfstandig op eigen niveau werken, het hoeft niet meer klassikaal.
bij toetsen zie je de resultaten meteen op het scherm de foutenanalyse zie je meteen.
ouders kunnen meekijken.
gebruik van elkaars ELO (uitwisseling cursussen tussen scholen)
Steeds meer basisscholen denken na over ELO’s. Vandaag heb ik voor Stichting De Eenbes uit Geldrop en omstreken een presentatie en workshop mogen verzorgen rondom de ELO. Het doel was om een verkenning te maken rondom de ELO.
Wat is een ELO en wat kan je ermee in het onderwijs? Wil je als school nu al een ELO of nog niet? Na de presentatie hebben de ICT-ambassadeurs zelf met de ELO Moodle even gewerkt en de dag werd afgelopen met een reflectie. De opvallendste antwoorden en meningen vond ik:
De ELO kan erg nuttig zijn voor zorgleerlingen, vooral voor de groep hele goede leerlingen (denk aan o.a. plusklassen)
Op de vraag wie er morgen direct wilde beginnen met een ELO, waren slechts 5 leerkrachten enthousiast, waarvan 3 jonge vrouwen!
Geen van de aanwezigen zag het zitten om een ELO direct schoolbreed in te voeren, reden: de verwachte weerstand bij collega’s
Het zelf ontwikkelen van alle content van de ELO wordt als een groot probleem ervaren, omdat het veel tijd vergt.
Wat heb ik genoten gisteren van de workshop aan basisschoolleerkrachten! In januari had ik al een presentatie gegeven over ELO’s in het PO, dit in het kader van de ICT-ambassadeurs bijeenkomsten van Kennisnet. Unamiem wilden de aanwezigen toen meer weten over Moodle. En dan is er maar een logische vervolgstap: zelf aan de slag met Moodle. Dus stond ik gistermiddag in Hengelo voor zo’n dertig enthousiaste leerkrachten in een computerlokaal waar net elke leerkracht een eigen pc had. Ik had gevraagd om zelf leerlingboeken mee te nemen, want de leerkrachten moesten zelf aan de slag om een les te maken voor hun eigen groep.
Een van de leerkrachten wilde een les maken over Azië. Over dit onderwerp heb ik in het kort laten zien welke bronnen en activiteiten je kan toevoegen om snel een online onderwijsleersituatie te creëren, met de nadruk dat de leerlingen actief bezig zijn. Dus niet het overbrengen van kennis (geen “boek rechtop”), maar samen kennis zoeken, verzamelen en presenteren. Vooral de didactische mogelijkheden van wiki’s was voor velen een eye-opener. Als ik naar het proces van didactische vernieuwing van Itzkan kijk: de focus ligt transitie i.p.v. substitutie.
De hele middag hebben de leerkrachten hard gewerkt aan de lessen (zelfs de pauze werd door sommige genegeerd om door te kunnen werken…). Tussendoor waren er korte instructiemomenten en gaf ik feedback op tussenresultaten. Hoewel nog niet alle lessen af zijn, ziet het er veel belovend uit. Maar het leukste moest toen nog komen. Bij de vraag door de coördinator van dit ambassadeursnetwerk, wie Moodle in zijn/haar onderwijs direct wil inzetten, staken erg veel leerkrachten hun vinger in de lucht. De “onthouders” waren vooral kleuterjuffen en dat is maar goed ook. Want lager dan groep 5 moet je Moodle niet inzetten.
Waarom zijn die dertig leerkrachten (niet allemaal ICT-ers) zo enthousiast? Ik denk vooral om de volgende redenen:
Leerkrachten hebben een tool in handen om zélf in korte tijd online onderwijsleersituaties te ontwerpen. Met name voor het zaakvakonderwijs waar weinig software voor te krijgen is, geeft een ELO voldoende mogelijkheden.
Het is weer wat anders dan de standaard educatieve softwarepakketjes die wel ondersteunend zijn aan het onderwijs, maar niet vernieuwend.
Door het werken met een ELO kom je veel dichter bij de vraag wat je met je onderwijs wilt bereiken. Het raakt veel meer je visie op onderwijs. Vergelijk dit met het braaf volgen van methoden, de toetsen en de inzet van educatieve softwarepakketjes.
Als deze manier van werken met de ELO in het (basis)onderwijs wordt ingevoerd, dan heeft dat mijn inziens grotere impact op het onderwijs dan het invoeren van Hoofdwerk of Maatwerk.
Vandaag heb ik voor Kennisnet een presentatie gehouden aan zo’n 30 ICT-ambassadeurs in Utrecht. Kennisnet had gevraagd om in te gaan op de didactische kant van elektronische leeromgevingen (ELO’s). Zelf noem ik dit ook wel de integratie van de ELO. Bij veel van mijn vakbroeders valt dit onder de implementatie van de ELO. Zelf onderscheid ik de volgende (grove) verdeling tussen implementatie en integratie:
Implementatie van de ELO:
installatie
configuratie
knoppentraining
ontwikkeling lay-out in de huisstijl
koppeling met schooladministratiesystemen
…
Oftewel de “harde” kant van het invoeren van een ELO
Integratie van de ELO:
didactisch gebruik van de ELO
integratie van de ELO in je onderwijs
draagvlak creeëren
verandermanagement
…
Oftewel de zachte kant van de invoering.
De implementatiefase is kort, hoogstens een paar weken. Het zijn in mijn ogen ook vooral technische handelingen. De integratiefase duurt (meestal) jaren. Dit komt onder andere denk ik door het volgende:
je onderwijs moet gaan veranderen als je met een ELO werkt (anders haal je er te weinig meerwaarde uit, of kost het je alleen maar méér tijd)
de methode moet je los durven laten
de manier van lesgeven is een deel van jezelf en dat stuk gaat veranderen. Dat neemt (gelukkig…) tijd in beslag
er is weinig tot geen druk vanaf het management om verplicht de ELO te gebruiken
Mijn centrale gedachte vandaag was dat je beter kan focussen op het didactisch gebruik van de ELO, gecombineerd met het 3G-model van Collins (Gewin, Gemak, Genot). Als ICT-coördinator ben je vaak teveel gefocust wat de technische mogelijkheden zijn en die vertaal je naar didactische mogelijkheden. Maar je “niet”-technische collega denkt vaak niet zo. Die denkt vanuit didactiek. De ICT-coördinator moet die vertaalslag kunnen maken, en beginnen bij didactiek. Dan sluit hij aan bij de behoeften van zijn collega’s.
Naast een korte presentatie heb ik in vogelvlucht een aantal didactische mogelijkheden laten zien van Moodle, deze zijn te vinden op: http://moodle.avetica.nl/course/view.php?id=104. Hieronder de presentatie.
Hoe verhouden de verschillende ELO’s zich onderling qua marktaandeel? In de VS en Canada blijkt uit een recent onderzoek dat het marktaandeel van Moodle in het hoger onderwijs is gestegen van 4% naar ruim 10%. Ten koste overigens van vooral Blackboard. Meer dan 35% overweegt een overstap naar een andere ELO.
Ook opvallend is een lichte daling van het aandeel van Sakai. Ben nu wel benieuwd of dit beeld in Europa ook gaat ontstaan in het onderwijs.
Op nr. 12 van de Top 100 Tools for Learning staat Moodle. Op de lijst, die is samengesteld door 118 internationale leerprofessionals, heeft elke professional zijn/haar persoonlijke top 10 van meest gebruikt programma om te leren aangegeven. Een mooie hoge raking voor Moodle, maar meer opvallend vind ik dat deze elektronische leeromgeving de enige is in de hele lijst.
De workshop van Indira Reynaert op het VAL-congres ging over Hyves in het onderwijs. Zij gebruikt daadwerkelijk Hyves i.p.v. een ELO. De voornaamste redenen waarom zij Hyves gebruik zijn:
je bereikt de student daar, waar hij/zij graag is
je bereikt de student binnen de vrijetijdsbesteding
je kan op een makkelijke manier de projecten en studenten monitoren
Niet allen studenten waren gecharmeerd van Hyves. Sommige studenten hadden express geen Hyves, omdat ze niet mee wilden doen met deze hype.
Tuurlijk ging de discussie over of Hyves een ELO kan vervangen. Nou nee, niet echt. Maar zoals Indira Reynaert Hyves inzet in haar onderwijs binnen haar vakgebied, vind ik het een hele goede zet en leuk om te zien dat docenten zulke programma’s ook echt uitproberen.